De laatste persoon die...
In je bed sliep:
Jou zag huilen:
Jij zag huilen:
Bij jou heeft gelogeerd:
Je mee naar de film bent geweest:
Je mee hebt gewinkeld:
Gezegd heeft van je te houden:
Heeft gezegd een hekel aan je te hebben:
Jou opbelde:
Je heeft gesmst:
Met je is gaan zwemmen:
Je knuffelde:
Je zoende:
Je uit heeft gescholden:
Je aan het lachen maakte:
Tegen je praat{te} op msn:
Jou een cadeautje gaf:
Wie van je vrienden..
Lacht het gekst:
Kan je het hardst om lachen:
Ken je het langst:
Ga je het meest mee om:
Is het grappigst:
Zou je je leven voor geven:
Weten alles van je:
Ga je met je problemen naar toe:
Is het gestoordst:
Mis je het meest:
Praat het meest:
Stuur door
Dit is niet OK